Ingrid van de Linde
home | about | cv | news | publications | contact
publications/ TXT (a selection) for English scroll down


Schermafbeelding 2015-06-02 om 21.22.57

 

2016

museum online

 

 

Ingrid-van-de-Linde-Gijs-Assmann-Leanne-Prins-615x410

Beeld: Ingrid van de Linde – Gijs Assmann – Leanne Prins  museumtijdschrift online: MANEGE -over-ponymeisjes-ontluikende-seksualiteit-competitie-en-macht EXPO ART-DELI 

 

2013

CARNAVAL OF FREEDOM

 

Scan 7

ISBN/EAN 978=90-819255-1-8

 

2010

Scan 8

 

WINDVLAGEN/GUSTS OF WIND (FOR ENGLISH SCROLL DOWN)

Zeeuws Tijdschrift 60 3/4 2010

De klik tussen oosterse en Zeeuwse fascinatie

tekst Hanna Schouwenberg

Ingrid van de Linde is één van de tien kunstenaars die in het kader van KanaalKunst Goes deze zomer hun werk tonen aan ‘t Sas van Goes. Haar project Windvlagen is geïnspireerd op een uitspraak van Joris Ivens: ‘De wind ziet alles, het is de grote stroom waarop de mensheid zich voortbeweegt.’ Ingrid: ‘Als beeldend kunstenaar en dichter laat ik mij leiden door wat zich aandient en van daaruit ga ik op zoek naar de kern van wat mensen en ideeën samenbrengt, naar de bindende en ontbindende factoren. In Windvlagen worden de wind, het (nood)lot en toeval samengebracht. Daar waar de wind de kop opsteekt, blijft niets meer hetzelfde….’

Van een Strotol, Windhuis en Lichtekooi
Het project Windvlagen kent drie onderdelen. Allereerst de objecten van Ingrid: Strotol, Windhuis en Lichtekooi. Deze objecten worden omringd door gedichten van haarzelf. Om het project in een breder perspectief te plaatsen, heeft zij drie schrijvers uitgenodigd. Schrijvers die zich ook verbonden voelen met de locatie en het thema. De drie schrijvers zullen vertellen over hun werk in een oude schaapskooi gelegen aan de Kooiweg aan ’t Sas van Goes. ‘Met de Strotol ga ik terug naar een beeld uit mijn jeugd: een oude tol die aangedreven door de wind zachtjes door het Zeeuwse landschap tolt. Een bromtol die zacht zoemend alle beelden wegdraait en ‘willekeurig’ zijn plaats van stilstand kiest.’ Bij de objecten Windhuis en Lichtekooi wordt het oeroude harde materiaal ijzer gecombineerd met zachte schaapswol die het beeld omhult. ‘De geur van schapen, de geur van stro, aangedreven door de wind van zee, geeft een nestgevoel. Het dierlijke, het natuurlijke in ons mens-zijn voert mij tot de essentie.’ Uit Windhuis stijgen Ingrid’s gedichten op. Die zijn sinds 2004 een vast onderdeel van haar werk. Zij gaan een duet aan met het beeld. Kenmerkend is dat de stilte, het niet gezegde, net zo belangrijk is als het gesprokene . Een voorbeeld daarvan is het volgende.

door de ogen van een pelgrim
zag ik mijzelf
transparant
als lichtwezen danste ik mijn lichtekooi
beschermd en veilig voor de nacht
ver achter mijn schaduw
dook ik de diepte inhet licht doorboorde mijn rug
trok me omhoog
de lichtekooi omhult de leegte
als tol
als baarmoeder wacht ze op nieuw zaad
alleen wat echt is, duurt eeuwig
fluistert de wind in mijn oor
de viervoeter houdt vast en nagelt zich aan de grond
zijn lichaam lost op in de ether en transformeert
vleugels naar de wolken.
Naakt sta ik in de ogen van het onbekende

 

Oek de Jong, Gerard Smallegange en Arita Baaijens

Omdat Ingrid altijd op zoek is naar verbintenissen en zelf via haar gedichten de kunst van het geschreven woord zoekt, wilde zij haar project verbinden aan literatuur. Zij heeft daarom schrijvers uitgenodigd die zich verbonden voelen met ’t Sas, met Zeeland, met de natuur. Zo zullen woestijnreizigster en schrijfster Arita Baaijens (20 juni), schrijver en boerderijdeskundige Gerard Smallegange (18 juli) en auteur en oud-Goesenaar Oek de Jong (29 augustus) iets over hun werk vertellen. Oek de Jong draagt voor uit zijn nog ongepubliceerde roman.

Ingrid: ‘Ik herinner mij mijn ontmoeting met Oek de Jong op een feestje van vrienden in Amsterdam in 2008 waar we tot in de late uren driftig praatten over onder andere het Sas van Goes. Hij vertelde mij toen dat hij met een boek bezig was waarin hij terugging naar zijn jeugd en waarvan grote delen zich afspelen aan het Goese Sas. Toen ik zeker wist dat ik schrijvers kon uitnodigen voor het project, wist ik meteen dat ik Oek de Jong zou vragen.’

Gerard Smallegange blijkt zowel van Ingrid als van Oek een bekende te zijn. Ingrid: ‘In 2004 heeft hij mijn expositie ‘Dansende Stoepa’s’ geopend in de Mariakerk van Nisse. Gerard Smallegange is een rasverteller, die alles weet over boerderijen, stelles, schapen en schuren. Hij schrijft en vertelt over het leven op en rond ’t Hof.’

Ingrid: ‘In het begin van de jaren negentig ontmoette ik de woestijnreizigster en schrijfster Arita Baaijens op een lezing die ze in Middelburg hield. Zij inspireerde mij tot het maken van mijn eerste woestijnreis naar Jemen. Later zouden onze wegen elkaar weer kruisen. Zij vertelt over haar zoektocht naar het paradijs: Het mythische koninkrijk Shambala.’ In 2008 vond Arita die plek in de ruige Altai-bergen in zuidwest Siberië, een afgelegen gebied met besneeuwde pieken, opaalkleurige gletsjermeren met bergbossen, beren en wolven.

Van Dansende Stoepa’s tot Erotiek onder de baleinen

Ingrid reist veel naar oerplekken zoals de Oorsprong van de Ganges, de Himalaya en de woestijnen van Jemen en Jordanië waar zij, op zoek naar de essentie van pure verbindingen, de eenvoud en noodzaak van het leven ervaart. Ook de architectuur in deze gebieden inspireert haar, maar zij probeert altijd weer een verbinding te leggen met haar Westerse, Zeeuwse achtergrond. Dit was duidelijk te zien bij haar project Dansende Stoepa’s (2004) in Nisse.

Haar installatie Erotiek onder de baleinen uit 2005 is het product van haar verblijf in Varanassi (India). Zij raakte daar gefascineerd door oude vruchtbaarheidsrituelen. ‘Mijn bevindingen combineerde ik met de geschiedenis van mijn woonplek in de oude stadshaven van Goes waar vroeger een visafslag was. Vis en de symboliek van vruchtbaarheid heb ik hier samengebracht in een grote fuikvorm van wilgentenen waarvan ik de binnenfuik van repen flanel heb gebreid. Verder maakte ik een crinoline van licht metaal, geïnspireerd door de stoepavorm. De baleinen refereren aan de geschiedenis van de crinoline die vroeger gemaakt werd van walvisbaleinen.’

Een tocht naar de oorsprong van de Ganges, bracht een verdere gelaagdheid in haar werk. Een aantal objecten ontstaat, waarin Ingrid de leegte tracht te vangen, te omhullen ‘als speelbal voor mijn levensgeesten’. Een serie maskers was het resultaat. ‘De maskers staan voor transparantie. Met de maskers stel ik me de vraag, wat is werkelijk en wat niet. Een transparant masker laat zien wie je bent, geeft een doorkijk naar wie je bent of wie je ook bent. Het masker is androgyn; alle vrouwelijke en mannelijke kanten vloeien samen. Leeftijd verdwijnt, verleden en toekomst. De ziel, de ogen blijven verborgen. Het masker en zijn drager behouden de magie. Zonder ogen, zonder vorm raak je aan wat er altijd is: de ultieme leegte.’

 

About Ingrid Van De Linde

VRUCHTBARE ENERGIE

Sculpturen van Ingrid van de Linde

Het werk van Ingrid van de Linde is ‘down to earth’, maar niet in de betekenis van ‘nuchter’ en ‘logisch’ die we doorgaans aan die uitdrukking verbinden. Ze verbindt zich in haar werk als beeldend kunstenaar met de aarde. Ze maakt gebruik van natuurlijke materialen en werkwijzen die handmatig zijn en die ze voor een deel zelf ontwikkelt om tot een vanzelfsprekende verhouding tussen inhoud en vorm te komen. Een goed voorbeeld van die manier van werken is haar bijdrage aan de manifestatie Kanaalkunst Goes in Zeeland in 2010. Bij een schaapskooi in de Wilhelminapolder plaatste ze de sculptuur ‘Strotol’ van 2.65 m. hoog en met een diameter van ook 2.65 m. De vorm is die van een bromtol, het kinderspeelgoed dat zo fascineert doordat de afbeelding die op de tol is aangebracht door het snelle roteren opgaat in een abstracte kleurenfilm. Beeld wordt beweging. Ingrid van de Linde zet dat beeld in haar sculptuur weer stil, hoewel de tol ook in beweging kan worden gebracht. Ze ontwierp met ambachtsmensen een machine om van het stro een koord te spinnen waarmee ze op een ijzeren onderstel de tol kon bekleden. Het verse stro had een goudgele gloed, waardoor bij het begin van Kanaalkunst er een gouden tol in een groene weide stond. Door het zonlicht verbleekte op den duur het stro tot een valer geel, maar de referentie aan het sprookjesverhaal waarin van stro goud wordt gesponnen bleef met de sculptuur verbonden.

In de schaapskooi zelf hing Ingrid van de Linde objecten op die ze had gemaakt van met name schapenwol: ‘Windhuis’ en ‘Lichtekooi’. Deze sculpturen zijn ook vrij groot (2.20 m en 2.40 m ) en verwijzen direct naar vruchtbaarheid en energie. Vrijwel al haar werk wordt gekenmerkt door een verbondenheid met natuurlijke elementen. De Zeeuwse klei, de Oosterschelde, de polder zijn voor haar de leidraad bij het maken van haar werk. Die elementen hebben in hun kern iets ruws en rauws, waar ze in haar werk een persoonlijke verhouding mee aangaat van intimiteit en innerlijke noodzaak. Opvallend is dat ze die verbondenheid met de elementen in haar directe omgeving, die haar vanaf haar vroegste jeugd hebben gevormd, herkent op onherbergzame plaatsen elders in de wereld: de Himalaya, Birma, Jemen.

Daarmee laat ze zien dat die elementaire verhouding met natuurlijke verschijnselen niet plaats- en persoongebonden is, maar dat er een universele band is die ze zichtbaar wil maken. Dat besef wordt des te sterker als zij zich volkomen op zichzelf teruggeworpen weet. Allerlei particuliere overwegingen, herinneringen en sentimenten gebruikt ze als voedingsbodem om haar sculpturen tot stand te kunnen brengen, maar in het maakproces overstijgt ze die individuele overwegingen om tot vormen en betekenissen te komen die voorbij gaan aan persoonlijke drijfveren. Die zetten haar hooguit in gang. Er ontstaat een raadselachtig beeld dat iets zegt over de oorsprong van ons bestaan en over de bestemming die we niet uit de weg kunnen gaan. Uiteindelijk levert het beelden op waarvan niemand zeker weet waaraan het belang ontleent, maar die onmiskenbaar zijn gemaakt door de kunstenaar die Ingrid van de Linde heet.

Alex de Vries, 11 augustus 2010

 

17

 

GUSTS OF WIND

Zeeuws Tijdschrift 60 3/4 2010

The Click between Oriental and Zeeland fascination:

Text Hannah Schouwenberg

Ingrid van de Linde is one of the ten artists who exhibit their work at ’t Sas van Goes as part of KanaalKunst Goes this summer. Her project ‘Gusts of wind’ was inspired by an observation by Joris Ivens: ‘The wind sees everything, it is the big stream on which mankind moves.’ Ingrid: ‘As an artist and a poet I am being led by what crops up and from there I start looking for the essence of what brings people and ideas together, the binding and unbinding factors. In Gusts of Wind wind, fate and chance are brought together. Where the wind rises, nothing remains the same…’

About a Straw Top, a Wind House and a Strumpet

The Gusts of Wind project consists of three parts: first of all, Ingrid’s objects Strotol (Straw Top), Windhuis (Wind House) and Lichtekooi (the Dutch title is a pun: the word means strumpet, but the first part of the word is licht, or light in English). These objects are surrounded by her own poems. In order to place the project in a wider perspective she has invited three writers. Writers who also feel a connection with the location and the theme. The three writers will talk about their works in an old sheep’s pen (De Schaapskooi) at Kooiweg at ’t Sas van Goes. ‘With Strotol I go back to an image from my youth: an old wind-driven top that slowly spins through the Zeeland landscape. A spinning top which gently buzzing turns away all images and “randomly” chooses its point of standstill.’

In the objects Windhuis and Lichtekooi iron, the hard ancient material, is combined with soft sheep’s wool which covers the sculpture. ‘The smell of sheep, the smell of straw that floats in on a sea breeze gives a sense of nestling. The animal, natural part of our humanness takes me to the essence.’ Ingrids poems rise up from Windhuis. Since 2004 they have been an integral part of her work. They play a duet with the image. The characteristic feature of this is that the silence, that which is unsaid, is just as important as words.

From Dancing Stupas to Eroticism under the Whalebones

Ingrid often travels to ancient sites such as the source of the Ganges, the Himalayas and the deserts of Yemen and Jordan where she experiences the simplicity and necessity of life while looking for the essence of connections. The architecture of these places also inspires her, but she always tries to make a link with her Western, Zeeland background. This was clearly to be seen in her project Dancing Stupas (2004) in Nisse.

Her installation ‘Eroticism under the Whalebones’ is the product of her stay at Varanassi (India). There she became fascinated by ancient fertility rituals. ‘I combined these experiences with the history of my home at the old harbour of Goes where there used to be a fish market. I have brought together fish and the symbolism of fertility in a big trap shape of osiers while I knitted the inner trap from strips of flannel. Then I made a crinoline from a light material, inspired by the stupa shape. The whalebones refer to the history of crinolines that used to be made from whalebones.’

A trip to the source of the Ganges led to further stratification in her work. A number of objects developed in which Ingrid tried to catch the void, to dress it ‘as a toy for my life spirits’. A series of masks was the result. ‘The masks stand for transparency. With the masks I ask myself the question what is real and what is not. A transparent mask shows who you are, is a window to whoever you are. A mask is androgynous; all female and male aspects blend. Age, past and future disappear. The soul, the eyes remain hidden. The mask and its wearer preserve the magic. Without eyes, without shape you touch what is always there: ultimate emptiness.’

About Ingrid Van De Linde

 

FERITLE ENERGY

Sculptures by Ingrid van de Linde

Ingrid van de Linde’s work is ‘down to earth’, but not in the meaning of ‘staid’ or ‘making sense’ usually associated with this expression. In her work as an artist she connects with the earth. She uses natural materials and manual methods which she partly develops herself in order to achieve an obvious relation between content and form. A good example of this procedure is her contribution to the KanaalKunst Goes event in Zeeland in 2010. She put a sculpture of 8 ft. high and 8 ft. in diameter, titled ‘Strotol’ (Straw Top), outside a sheep’s pen in Wilhelminadorp. The shape is that of a spinning top, the toy that fascinates because thanks to the fast rotation the image that has been applied to the top turns into an abstract colour film. Image becomes movement. Ingrid van de Linde stops that image, although the top can be moved. With the help of craftsmen she designed an engine to spin a rope from the straw with which she could cover the top on an iron pedestal. The fresh straw had a golden glow so that at the start of Kanaalkunst there was a gold top in a green field. The straw eventually faded to a pale yellow by sunlight, but the reference to the fairy-tale in which gold is being spun from straw remained.

Inside the sheep’s pen Ingrid van de Linde hung objects which had been made mainly from sheep’s wool: ‘Windhuis’ and ‘Lichtekooi’. These objects are also quite large (7 ft. 2 and 7 ft. 8) and refer directly to fertility and energy. Almost all her work is characterised by a connection with natural elements. Zeeland clay, the river Oosterscheldt, the polders are her guideline when she is creating. These elements have rough and raw qualities with which she enters into a personal relationship of intimacy and inner urgency. What is striking is that she recognises this connection with the elements in her immediate surroundings, which have shaped her from her earliest years, in inhospitable places elsewhere in the world: the Himalayas, Burma, Yemen. By this she shows that this elementary connection with natural phenomena is not personal or restricted to place, but that there is a universal link which she wants to make visible. This realisation becomes even stronger when she knows she has only herself to fall back on. All sorts of personal considerations, memories and sentiments are used as a seed-bed for the production of her sculptures, but during the production process she transcends these individual considerations in order to get to form and content beyond personal motives. At the most they get her started. A mysterious image arises that says something about the origins of our existence and about the destination that we cannot escape. In the end images are created of which no-one is certain what the significance is derived from, but which have unequivocally been made by the artist that is Ingrid van de Linde.

Alex de Vries, August, 11, 2010